Postbode-elastiek

Al wandelend kijk ik vaak naar de lucht, maar soms ook naar de grond. Om te zien waar ik loop, maar ook om te speuren naar schatten. Schatten, in de zin van ‘spullen’ én inspiratie.

Want inspiratie komt altijd ergens vandaan. Zo liep ik laatst langs een doorgaande weg. Ik liep in de berm en soms over een oprit als ik langs een huis liep. Bij een van die opritten zag ik een elastiek op de grond liggen. Zo’n postbode-elastiek. In gedachten zag ik een postbode staan, met een dik pakket, waar hij of zij het elastiek vanaf haalde, en niet door had dat het op de grond viel.

Je kunt ze kopen per kilo, die elastieken, en ze heten ook echt postbode-elastieken. Ik gebruik ze vaak, om dingen bij elkaar te houden. Effectief en duurzaam.

Doordenkend over elastieken, ontstonden er allerlei beelden en gedachten over ‘bij elkaar houden’. Allereerst jezelf. Dat kan soms echt een klus zijn – je zelf op de rit houden, zeker als er veel verandert in je leven. En wat te denken van de relaties met anderen. Daar speelt ook het thema ‘bij elkaar houden’. Wat lukt nog wel, wat past nog wel, al naar gelang de fase van je leven? En ondertussen kan je de vraag ook stellen als het gaat om het wereldbeeld: wat is er uit elkaar aan het vallen, en wat kan nog bij elkaar gehouden worden?

Afbeelding van Donnaodonoghue – Pixabay

Het is bijna Pinksteren. Voor mij het feest van de ziel, van een mens, van een gemeenschap, van een samenleving. In relatie tot het postbode-elastiek, stel ik mezelf de vraag: hoe houd ik het wezenlijke bij elkaar? Wat bezielt mij, wat houdt mij gaande? Dat is vaak niet hetzelfde als wat een ander gaande houdt, maar het zou wel mooi zijn om een gezamenlijk doel te hebben.

Pinksteren heeft voor mij niet te maken met een exclusieve aanwijzing van het christendom als de enige ware religie, maar met het bewustzijn dat iedere religie of levensbeschouwing mensen ertoe kan aanzetten om te leven vanuit iets universeels: liefde en humaniteit. Waardoor ieder mens kan ervaren dat je echt in staat bent tot een (soms bovenmenselijke) inzet voor het goede, voor het kleinste, voor het minste.

Voor jezelf: ‘wie het kleine niet eert’……, voor de mensen om je heen: ‘het zijn de kleine dingen die het doen’….., en voor het grote geheel: ‘elk radartje heeft een unieke taak en kan niet worden gemist’.

En wat is dan het gezamenlijke doel? Een gemeenschap van mensen die doet wat nodig is om ieder mens het licht in de ogen te gunnen, een bed om in te slapen en een maaltijd om van te leven. Naïef? Kan zijn, maar als je dit doel legt op de problemen van deze tijd geeft het volgens mij wél een richting.

Hartelijke groet,

Helene Westerik

Comments are closed.