In de vakantie beluisterde ik een boek. Over de vrouwen die in de jaren 1880/1890 probeerden net zoveel kennis op te doen als hun mannelijke leeftijdgenoten. Dat viel niet mee. Toch gaven ze niet op.
Een van hen vond als kind in een verlaten nest een ganzenei. Een paar minuten na de vondst kwam het ei in de handen van het meisje uit. Sindsdien waren zij en de gans onafscheidelijk. Maar, er was één probleem: de gans kon niet vliegen. Ze begreep later pas dat ganzen het 1e wezen dat zij na hun geboorte zien als voorbeeld nemen, en ja, zij kon niet vliegen.
Ze trouwt met een ornitholoog en heeft met veel ‘tricks en trucs’ gedragskunde kunnen studeren. Omdat ze als enige vrouw op de universiteit teveel afgunst oproept bij de mannelijke studenten, geeft het universiteitsbestuur haar de kans om buiten de poorten van de campus te promoveren.

Dat doet ze, samen met haar man, in een klein huisje in het veld, waar ze een drietal ganzen grootbrengt. Bij hun geboorte heeft ze ervoor gezorgd dat zij haar als 1e wezen zagen. Ze volgen haar, luisteren naar haar, en missen haar als ze er niet is. Ze is van plan hen te leren vliegen.
Als een van haar vriendinnen een luchtschip voor haar bouwt, kan het vliegexperiment beginnen. Dagen oefent ze met de ganzen, tot de dag aanbreekt waarop ze de lucht in zal gaan. Als de ballon opstijgt van het erf, beginnen de ganzen luid te piepen; op haar lokroep klapperen ze met hun vleugels en volgen ze haar en dus het luchtschip. Vliegend!
Toch is het experiment nog niet afgerond. De bedoeling is dat de ganzen in de herfst zullen meevliegen met hun soortgenoten. Als op een dag het luchtschip weer opstijgt en in de ganzentrek terecht komt, volgen de ganzen hun ‘moeder’. Als ze na een tijdje volledig omringd worden door andere ganzen, trekt zij zich voorzichtig terug, in de hoop dat haar ganzen niet zullen volgen.
Ze volgen niet. Ze zijn opgenomen in de ganzenformaties en zullen pas het jaar daarop weer terugkeren.
Ik vond het een ontroerend verhaal. Over volgen, loslaten en op eigen benen staan, op een gezonde manier. Over de kracht van wat je meeneemt van degenen die jou omringden toen je ter wereld kwam. De kracht van wat zij jou leerden en hoe jou dat (nog steeds) helpen kan.
Omgekeerd is het ook zo: als je de kracht mist van goede voorbeelden, kan het leven soms knap lastig zijn. Dan volg je soms de verkeerde voorbeelden en kost het je moeite om de voorbeelden te vinden die bij jou passen.
Van wie heb jij leren vliegen? En aan wie leerde jij vliegen? En op welke manier doet jouw geloofsleven daarin mee? Mooie vragen voor de laatste weken van de zomer.
Met een hartelijke groet,
Helene Westerik